De Saarloos wolfhond..
Geplaatst: 16 dec 2007 17:58
In de jaren '30 kruiste de heer Leendert Saarloos een Duitse herdershond met een wolvin. Het was de bedoeling een ras te fokken dat resistent zou zijn tegen allerlei ziektes. Tevens zou zijn karakter dusdanig moeten zijn dat het dier goed in staat zou zijn taken te verrichten zoals politiewerk. Een strenge selectie was nodig om te komen tot een zuiver verervend ras. In het begin overheerste de voorzichtigheid van de wolf en was het ontstane ras niet geschikt voor politiehondenwerk omdat er geen enkele drang bestond tot bewaken en aanvallen. Later werd er voorzichtig een succes geboekt en werden honden als blindengeleidehond gebruikt. De huidige exemplaren combineren aanhankelijkheid van de hond en voorzichtigheid van de wolf. Helaas zijn de huidige exemplaren niet meer zoals oorspronkelijk bedoeld, maar zijn eerder een wolvehond met trekjes uit de natuur. Deze eigenschappen onderscheiden dit ras van de gemiddelde huishond. Juist doordat de Saarlooswolfhond bijzondere eigenschappen in zich combineert is dit ras zeker niet voor iedereen geschikt. Hij heeft een vaste en strenge hand nodig en is ongeschikt voor africhting. Een van de moeilijke karaktereigenschappen is de ingebakken vluchtdrift. Voorts is dit ras sterk gericht op zijn baas en kan door het sterke roedelgevoel slecht tegen alleen zijn. In 1975 werd het ras door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland erkend.
Gebruik:
Gezelschapshond
Activiteit:
De Saarlooswolfhond heeft behoefte aan veel beweging, het liefst door ruig terrein.
Verschijning:
* Algemeen: De Saarlooswolfhond is een krachtige, wolfachtige hond. Harmonisch gebouwd, zonder een hoogbenige indruk te maken. Er bestaat duidelijk een verschil tussen een reu en een teef qua allure en uiterlijk. Het lichaam is iets langer dan de schouderhoogte. Sterke en rechte rug met krachtig gespierde lendenen. Brede borst, goed gewelfde ribben. Droge, goed gespierde hals die geleidelijk overgaat in de romp. Benen goed gehoekt en voorzien van middelzwaar bone.
* Kleur: De meest voorkomende kleuren zijn licht tot donker geschakeerd zwart-wildkleurig (wolfsgrauw), van licht tot donker geschakeerd bruin-wildkleurig (bosbruin) en zeer licht creme tot wit. Andere kleuren niet toegestaan.
* Hoofd en schedel: Het hoofd ziet er wolfachtig uit en moet in harmonie zijn met de grootte van de hond. Brede schedel, vlak met licht welving tussen de oren. Naar de ogen toe wordt de schedel wigvormig. Geen bakken. De voorsnuit is goed gevuld en krachtig met een lichte stop. Brede neus, niet te spits. Goed gesloten lippen die niet overhangen. Middelgrote ogen, amandelvormig enigszins schuin geplaatst, bijvoorkeur geel van kleur. Oplettende uitdrukking. Staande oren, middelmatig groot, enigszins spits toelopend. Schaargebit.
* Staart: Vrij laag aangezet, in rust sabelvormig gedragen, zonder al te veel bewegelijkheid. In actie kan de staart hoog worden gedragen. Geen krulstaart toegestaan.
* Voeten: Enigszins ovaal, goed gesloten met licht gebogen tenen en stevige veerkrachtige kussentjes.
* Beharing: Stokharig met zeer dichte, wollige ondervacht en stevige dekharen die rond de hals een duidelijke kraag vormen.
* Schofthoogte: Reu: 65 - 75 cm, Teef: 60 - 70 cm.
Aard:
* Onafhankelijk
* Oplettend
* Aanhankelijk
* Gereserveerd jegens vreemden
* Voorzichtig
* Schrander
Gebruik:
Gezelschapshond
Activiteit:
De Saarlooswolfhond heeft behoefte aan veel beweging, het liefst door ruig terrein.
Verschijning:
* Algemeen: De Saarlooswolfhond is een krachtige, wolfachtige hond. Harmonisch gebouwd, zonder een hoogbenige indruk te maken. Er bestaat duidelijk een verschil tussen een reu en een teef qua allure en uiterlijk. Het lichaam is iets langer dan de schouderhoogte. Sterke en rechte rug met krachtig gespierde lendenen. Brede borst, goed gewelfde ribben. Droge, goed gespierde hals die geleidelijk overgaat in de romp. Benen goed gehoekt en voorzien van middelzwaar bone.
* Kleur: De meest voorkomende kleuren zijn licht tot donker geschakeerd zwart-wildkleurig (wolfsgrauw), van licht tot donker geschakeerd bruin-wildkleurig (bosbruin) en zeer licht creme tot wit. Andere kleuren niet toegestaan.
* Hoofd en schedel: Het hoofd ziet er wolfachtig uit en moet in harmonie zijn met de grootte van de hond. Brede schedel, vlak met licht welving tussen de oren. Naar de ogen toe wordt de schedel wigvormig. Geen bakken. De voorsnuit is goed gevuld en krachtig met een lichte stop. Brede neus, niet te spits. Goed gesloten lippen die niet overhangen. Middelgrote ogen, amandelvormig enigszins schuin geplaatst, bijvoorkeur geel van kleur. Oplettende uitdrukking. Staande oren, middelmatig groot, enigszins spits toelopend. Schaargebit.
* Staart: Vrij laag aangezet, in rust sabelvormig gedragen, zonder al te veel bewegelijkheid. In actie kan de staart hoog worden gedragen. Geen krulstaart toegestaan.
* Voeten: Enigszins ovaal, goed gesloten met licht gebogen tenen en stevige veerkrachtige kussentjes.
* Beharing: Stokharig met zeer dichte, wollige ondervacht en stevige dekharen die rond de hals een duidelijke kraag vormen.
* Schofthoogte: Reu: 65 - 75 cm, Teef: 60 - 70 cm.
Aard:
* Onafhankelijk
* Oplettend
* Aanhankelijk
* Gereserveerd jegens vreemden
* Voorzichtig
* Schrander

