Hier iemand die zijn jachthonden traint op het gebruik van de neus.
Inderdaad is ook training belangrijk ervan. Als je nooit ingezet wordt om een konijn (in ons geval een fazant) op neus te laten zoeken dan lopen ze ze er inderdaad uit. Ze zijn dan namelijk niet specifiek bezig om dat geurtje uit de miljoenen geurtjes die de neus inkomen uit te selecteren.
Vidar is volledig getraind op het vinden van de vogeltjes, de fazanten welliswaar, en hij weet ze al op grote afstanden dus ook al te ruiken en zo komt hij tot voorstaan, tot voor 3 weken terug (daar was ik uiteraard blij mee) selecteerde hij ook niet op de haas, alleen de vogeltjes waren belangrijk, de rest van de geuren trok hij niks van aan.
Eenden intereseren hem ook niet, hij loopt daar dus ook voorbij zonder maar enig teken te geven dat er een eend zit, wat niet zegt dat hij hem niet ruikt
Ontwikkeling van de neus voor een bepaald doel maakt het reukvermogen gewoon ook beter.
Misschien een leuk stukje??
De neus van de Staande Hond
De neus en oren van de mens zijn de meest besproken lichaamsdelen. De haviksneus, zinksnijder, voorgevel en de feestneus waarover een lied geschreven is door Toon Hermans en wat jarenlang door de twee Pinten vertolkt werd.
Maar we willen het meer over de neus van onze viervoetige vriend hebben, de hond en in het algemeen de jachthond en in het bijzonder de staande jachthond. Hoe werkt de neus van deze honden, wat zeggen onderzoekers daarvan en waarom ruikt het ene ras staande honden beter of verder dan het andere ras staande honden.
Ruim honderd jaar geleden dichte onze eerste pedagoog " De schoolmeester" al over de neus van de hond.
" Zijn neus doorgaans rond,
staat gewoonlijk in't front en zo lang die maar nat en fris is,
is het een bewijs dat meneer zo gezond als een vis is"
Als we het over de neus van de hond hebben moeten we het ook over geuren hebben en wat is geur. Geur is gas, dus een vluchtige stof, moleculen die in de lucht zweven en/of door de wind een richting uit geblazen worden. De geuren die door de wind en door de lucht gedragen verspreid worden zijn steeds vluchtiger naar gelang ze verder van de bron verwijderd zijn.
Gassen worden gemeten met pbt, parts by thousand dus, duizendtallen deeltje per m³.
Statische geuren en dynamische geuren.
De hondenbrigade van de Rotterdamse Politie is er voor het eerst in geslaagd, geuren van voorwerpen te isoleren en zodoende met een sorteerproef aanvullend bewijs aan te dragen.
De methode die ze ontwikkeld hebben is zelfs tot Europese norm verheven. Dit zijn statische geuren.
Het voetspoor volgen van en verdachten, waarop wind en kruisingen van andere sporen mogelijk is, zijn dynamische sporen. De geuren waar we met jachthonden mee te maken hebben zijn altijd dynamische geuren, we hebben altijd met wind te maken, dekking van vegetatie en wild dat verloopt etc. De hond maakt zelfs gebruik van de wind; het wild opsporen tegen de wind in, de hond krijgt dan eerst de verwaaiing van de geuren die het wild afgeeft, voor dat hij bij het wild is. Bij het verloren apport (dood stuk wild waarvan de jager niet weet waar het ligt) haalt de ervaren hond "wind" om het te vinden. We zouden hier min of meer van statische en dynamische geuren kunnen spreken. De hond kijkt met zijn neus, hij is in staat meerdere geuren gelijktijdig te reuken en te interpreteren. Een spectrum van geuren, elementaire geuren die bij elkaar een andere geur geven dan een enkelvoudig gas.
Denk bijvoorbeeld aan gebraden vlees dat anders ruikt dan rauw vlees. Het toedienen van kruiden en vetten en de chemische omzetting door hitte geeft dit een totaal andere geur. We reuken dan ook een spectrum van geuren, maar we blijven eigenlijk vlees ruiken.
De hond kan dit enkele honderden malen beter dan wij, dit omdat de neus van de hond ook veel groter is, hij bevat duizenden meer reukcellen trilharen en slijmcellen dan wij hebben. Daar komt nog bij dat we afgestompt zijn, lont ruiken hoeven niet meer. Wel gas, als we het hebben vergeten het aan te steken of als het uit gewaaid is, daartoe heeft het energiebedrijf een wel zeer ruikende stof aan het gas toegediend.
Ruiken of ons voedsel niet bedorven is, komt ook steeds minder voor door de uitvinding van de eeuw: de uiterste consumptie datum. Dan ruiken we nog als ons eten aanbrandt, maar ja, dan is het meestal te laat.
Wetenschappers beweren dat de neus van de wolf vele malen beter is dan van onze huishonden, omdat de huishond niet meer afhankelijk is voor het vergaren van voedsel van zijn neus; hij wordt door zijn baas gevoerd. Nu is mij niet bekend dat wolven voorstaan, ze jagen in roedel, jagen de prooi op en dat gaat op het gezichtsvermogen. Windhonden jagen ook op deze manier, voor onze staande hond zou het een hele grote fout zijn zo te jagen.
Het is maar welke soort honden er voor dit soort onderzoeken gebruikt zijn. Zover mij bekend is er nooit een wetenschappelijk onderzoek geweest naar het voorstaan en hoe deze honden de neus gebruiken. De jachteigenschappen zoals de wolf deze heeft zijn zeer ongewenst voor een staande hond. De wolf springt direct op zijn prooi af en grijpt deze.
De eigenschap die in onze staande hond ontwikkeld is, is juist niet direct inspringen maar, twijfelen om die sprong te maken. Vergelijkbaar is, wat een huiskat doet, steeds proberen dichter bij de prooi te komen en dan toeslaan. De staande hond moet blijven twijfelen en niet toeslaan. Wat hij wel moet doen is het wild zo benaderen dat het gevaar bemerkt (zich drukt), maar net niet vlucht. Dit noemen we het wild vastmaken. Loopt de hond, wel in verstrakte houding, pasje voor pasje naar voren, dan is dit geen voorstaan, we zeggen dan, de hond trekt aan en krijgt het wild nog niet vast, het wild blijft lopen en zal dan ook na verloop van tijd springen. Dan heeft de hond het wild uitgestoten.
Jagen met drijvende honden is de oervorm van jagen. Met de opkomst van de valkerij zijn de staande honden gekomen en nadat het geweer hanteerbaarder werd heeft de jacht met de staande hond een nieuwe impuls gekregen. Het zal wel niet zo gegaan zijn dat Fred Vuursteen met zijn buurman Bennie ging jagen en dat Bennie zei tegen Fred " He, Fred Dino staat stil. Ja ik zie het Bennie. Waarvoor zou Dino stilstaan? Ooh, ik zie 't al Dino staat voor op een patrijs." Alhoewel, als je afhankelijk bent van jagen met pijl en boog of met een speer, zou een voor-staande hond heel goed van pas komen.
Drijvende honden die voorstonden waren geen goede jachthonden in die tijd. Wat doen drijvende honden, ze nemen een spoor van wild op en volgen al blaffend dit spoor en drijven dit zo naar de voorjager die dan het wild binnen schot krijgt en het wild kan schieten.
Deze jachtmethode kan alleen maar op haarwild, vogels gaan op de wieken. Een spoor volgen wordt door deze honden met de neus aan de grond gedaan, met een zeer lage kophouding. Staande honden die de neus aan de grond zetten en een spoor uitwerken komen voor dat wild nooit tot voorstaan. De kophouding van een staande hond moet hoog zijn, boven de vegetatie uit; de neus openingen moeten open en dicht sperren, de kop moet draaien van links naar rechts om richting waarvan de verwaaiing komt op te vangen. Heeft de hond deze verwaaiing in de neus en is het wild vast gemaakt, dan zie je ervaren honden "kauwen", ze proeven de geur van het wild.
Er zijn al enkele jaren flesjes met wildgeuren in de handel, fazant, konijn, vos, van de meeste soorten is er wel wat, ik heb echter nooit een hond op de geur uit een fles van fazant of patrijs voor zien staan. Hoe komt dat, omdat het een zogenaamde geur nepper is, het wordt gemaakt uit het uitwerpselen van de betreffende wild soort. Ja en op een drol staan geen hond voor.
Nep geuren worden overal toegepast, de broodverkoper die een spuitbus heeft met de bakkerij geur, de tweedehands autobandiet die de oude zevende hands wagen naar nieuw laat ruiken.
De dennengeur, de zeegeur en dan de bloemengeuren waaraan geen bloem te pas is gekomen.
De fazant in het kooitje is een station wat gepasseerd moet worden, voor de jonge cq onervaren hond, om de geur van een fazant of wat dan ook te leren kennen werkt het even. Het.moet niet steeds herhaald worden. De hond stormt dan op de kooi af à la "hier baas, ik heb ze weer gevonden". Dit werkt nadelig op de wil tot zoeken en het voorstaan. Een hond moet weten als hij in een veld los gelaten wordt dat er wild te verwachten is, wat hij moet vinden. Geuren uit flesjes werken alleen als statische geur, de dummy voorzien van deze geur en er een sleepspoor mee trekken, dat werkt zeker bij retrievers, honden die een zeer korte neus hebben. De staande hond met zijn superieure neus en de excellente fijnheid van het neusgebruik maak je niets wijs.
Na enkele malen met deze kunstgeuren gewerkt te hebben gaat de interesse eraf, onderschat de intelligentie van de staande honden niet. Met retrievers kun je door blijven gaan, deze zeer kort-neuzige honden willen blijven apporteren zijn ook meer op het gebruik van de ogen ingesteld dan op het gebruik van de neus.
Daarom mag men deze geknutselde methodes niet te lang volhouden; ga het veld in en breng de hond voor natuurlijk wild, dat is veel interessanter voor hond en baas.
Veld omstandigheden zijn steeds anders, waardoor het reuken van hond (dus niet zijn reukvermogen!) beïnvloed wordt. Het weer is van grote invloed op de prestatie van de hond; bij een matige bries en een droge vegetatie zijn de omstandigheden optimaal. Bij een storm, komt de verwaaiing heel dun en in flarden met grote snelheid voorbij; dit zijn slechte omstandigheden voor de hond. De vochtigheidsgraad speelt ook mee, 's morgens als de dauw nog op het bietenblad ligt en de zon breekt door ontstaat er waterdamp, deze waterdamp snuift de hond op, de trilharen en reukcellen zijn dan omringd door waterdamp en ze nemen de plaats in van geuren wild als verwaaiing op.
Hoe komt het nu dat een Pointer wild voorstaat op ± 50 m, een korthaar op 40-35 m en een Drent of Weimaraner op 30-25 m?
De honden zijn ongeveer van de zelfde proporties, de neus heeft de zelfde grootte. Alleen de neus lijn vanaf de stop tot de neus punt verschilt wat, bij de Pointer is deze lijn vrijwel rechtof loopt op.
Bij de Duitse Staanders loopt de lijn naar de neus punt toe iets gebogen af of is beina recht.
Bij oude rassen zoals de Weimaraner is de boog wat groter en loopt wat sterker naar beneden. De neus wijst meer naar de grond, waardoor de neus minder ver de ruimte in kijkt.
De Pointer heeft met een zeer ijle verwaaiing genoeg informatie om tot voorstaan te komen, het aantal pbt is minder dan wat een Korthaar nodig heeft en een Korthaar heeft weer minder pbt nodig dan een Weimaraner. Het aantal reukcellen zal bij de drie soorten gelijk zijn. Er kan dan maar een verschil zijn: het zit tussen de oren. Dat wil zeggen dat met een goede begeleiding en training het gebruik van de neus op de voorgrond kan komen.
Van sporenklever een optimale veldhond maken zal nooit lukken, maar met een jonge hond de interesse op wild verwaaiing stimuleren is geen makkelijke maar wel een stimulerende opgave.
Bron: Leo van Gogh