Wat info van internet over je Amstaff:
Oorsprong en ontwikkeling van de American Staffordshire Terriër
Staffordshire Bull Terrriërs (ook wel Engelse Staffies genoemd) en American Staffordshire Terriërs (Amstaffs) gaan terug op gemeenschappelijke voorouders, namelijk de Bull en Terriërs die men omstreeks 1800 in vooral het Engelse Staffordshire fokte.
De Bull en Terriër kwam voort uit kruisingen tussen de Oud-Engelse Bulldog en diverse terriërrassen uit die tijd.
De fokkers keken bij het fokken aanvankelijk alleen naar de prestaties van de honden. Het uiterlijk deed er wat minder toe.
Voor de fokkers was de combinatie van de immer buitengewone mensvriendelijkheid van de Oud- Engelse Bulldog en de scherpte en vasthoudendheid van de oude terriërsoorten van belang.
Langzamerhand ging men bij het fokken alleen Bull en Terriërs gebruiken waardoor er omstreeks 1860 geleidelijk een hond was ontstaan die we qua uiterlijk kunnen vergelijken met de huidige Staffordshire Bull Terriërs.
Na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) trokken veel industriearbeiders uit Engeland, Ierland en Schotland naar de Verenigde Staten op zoek naar een beter leven. Ze namen hun geliefde Bull en Terriërs mee.
Vanaf die tijd ontwikkelde zich de American Staffordshire Terriër als apart ras. Vooral de mensen die hun Bull en Terriër gebruikten om huis, haard en kudden te verdedigen tegen rovers als de wolf en en de coyote hadden behoefte aan grotere honden. Daartoe kruisten ze de grotere exemplaren met elkaar. Velen die wisten hoe de Bull en Terriër ontstaan was, hebben bij het fokken op grootte de Bull en Terriër met de Airedale of Ierse Terriër gekruist.
De American Staffordshire Terriër is van oudsher in de Verenigde Staten bijzonder populair en zeer geliefd vooral om zijn vrolijke aard en de geweldige vriendelijkheid naar mensen. Zijn zachtheid tegenover kinderen is opvallend. De Amerikanen zijn de Amstaff zelfs als een inheems ras gaan beschouwen, wat oorspronkelijk natuurlijk niet zo is.
Een jaar na de erkenning als apart ras van de Staffordshire Bullterriër in Engeland erkende de American Kennel Club in 1936 de American Staffordshire Terriër als ras.
Algemene indruk
De American Stafforshire Terrier behoort de indruk te geven van grote kracht in verhouding tot zijn grootte. Een hond die stevig in elkaar zit, gespierd maar ook lenig en gracieus is en attent ten opzichte van zijn omgeving. Hij moet geblokt zijn, mag geen lange poten hebben en niet 'racy' in outline zijn. Zijn moed is spreekwoordelijk.
Hoofd
Middelgroot, ovaal diep, brede schedel, zeer uitgesproken wangspieren, duidelijke stop en hoog geplaatste oren. De mond is middelgroot, afgerond aan de bovenkant en abrupt naar beneden vallend onder de ogen. Sterke, duidelijk afgetekende kaken. De onderkaak behoort bijtkracht te hebben. De lippen sluiten en zijn gelijk, niet los. Boventanden moeten bij de voortanden aan de buitenkant nauw aansluiten (een zgn. schaargebit). De neus moet duidelijk zwart zijn. Het ongecoupeerde oor moet kort zijn en wordt gedragen als een zogenaamd ' half rose' of 'prick' oor. Een geheel hangend of staand oor is fout.
Nek
Zwaar en licht gebogen, taps toelopend van de schouders naar de achterkant van de schedel. Middelmatige lengte. Geen losse huid.
Schouders
Sterk en gespierd met ruimte en hellende schouderbladen.
Rug
Tamelijk kort. Licht hellend vanaf de schoft naar de ronp met een kleine korte helling naar de staartaanzet. De lendenen een weinig naar binnen vallend.
Lichaam
Goed gewelfde ribben, dicht naast elkaar, tot ver naar achteren geplaatst. Voorpoten tamelijk wijd uit elkaar geplaatst zodat de borst zich kan ontwikkelen. Brede en diepe borst.
Staart
Kort in verhouding tot zijn grootte, laag aangezet en toelopend tot een fijne punt. De staart mag niet gekruld zijn en ook niet over de rug worden gedragen. Niet gecoupeerd.
Benen
Rechte voorpoten met groot, ronde bone, recht op de voeten. De voorpoten recht naast de borst gezet. Achterhand goed gespierd, goed gehoekt, niet naar binnen of naar buiten gedraaid. Compacte, niet al te grote voeten. Het gangwerk moet veerkrachtig zijn zonder te rollen of telgang.
Vacht
Kort, strak, hard aanvoelend en glanzend.
Kleur
Iedere kleur, egaal, gedeeltelijk gevlekt of gevlekt is toegestaan. Echter geheel wit, meer dan 80 procent wit, black and tan en leverkleur moeten niet worden aangemoedigd.
Maat
Bij de reuen heeft een schofthoogte van 45,7 cm tot 48,3 cm de voorkeur en bij de teven heeft een schofthoogte van 43,2 cm tot 45,7 cm de voorkeur. De hoogte en het gewicht moeten echter in een goede verhouding tot elkaar staan.
Fouten
Leverkleurige of bruingevlekte neus, lichte ogen, lichte of roze oogranden, te lange staart, slecht gedragen staart en boven- of ondervoorbeet.