Abby heeft al snel ontdekt dat Bonnie de leukste plekjes weet op te snorren (lees: waar er mogelijk iets eetbaars ligt), dus als echte partners in crime sjouwen ze in formatie ver voor de troepen uit om te zien of er iets van hun gading ligt.
Wanneer Bonnie als rechtgeaarde straathond zulks als eerste ontdekt, duwt Abby haar vriendelijk doch beslist opzij om als eerste te snuffelen. Waarop Bonnie beleefd een stapje opzij doet.
Oké, die hiërarchische verdeling is dus duidelijk.
Lyndie is helemaal opgelucht dat er weer een collie de leiding heeft (kennelijk is zij van mening dat straathonden te mijner huize deze rol nimmer op zich kan nemen) en komt dus op gezette tijden even slijmen bij Abby. Die haar daarop met een haast medelijdende blik beziet (kennelijk is Abby van mening dat Lyndie de naam collie nauwelijks verdiend), geeft haar even een speels duwtje of een kort likje over de neus.
Waarop Lyndie weer zielstevreden in een hoekje gaat liggen. Een kinderhand is gauw gevuld, nietwaar?
Verder is Abby dus loops. Ze mag vooralsnog op overzichtelijke stukken loslopen omdat ze nog niet dekrijp is, maar vanmorgen was ik iets te laat daarmee toen ineens een forse (intacte) flatcoatreu uit een binnenpaadje schoot. Abby wierp één blik op deze mogelijke amant en luisterde (voor het eerst!) niet meer naar mijn fluitje.
Maar flatcoat wierp zich bij het zien van Abby op de buik en zelfs het porren van een collieneus was niet voldoende om hem weer in beweging te krijgen.
De blik vol walging die Abby hem tenslotte toewierp was kóstelijk. Wat mij de kans gaf om haar weer aan te lijnen. En te besluiten dat zulks de komende weken het geval blijft.
Kortom, het is enorm leuk om te zien hoe de honden het onderling rooien. En nog leuker en spannender om te zien hoe het gaat als ik vanmiddag Maggie ga ophalen van Schiphol!










